Maand van de Filosofie: Ken onszelveApril staat in het teken van de filosofie. Roxane van Iperen schreef het essay dit jaar, Edward van de Vendel het kinderboek bij deze themamaand.
Al vijfentwintig jaar staat april in het teken van de filosofie. Binnen het thema ‘Ken onszelve’ schreef Roxane van Iperen het essay Ik zie wat ik geloof , over de effecten van leven in een tijd waarin we niet eenzelfde werkelijkheid delen, maar waarin deze een product van Big Tech is dat op elk individu wordt toegesneden. Het essay is te koop voor € 8,-.
Edward van de Vendel schreef het kinderboek bij deze themamaand, Ik ben grappig maar nu even niet (€ 12,50). Bij de negenjarige Ebbe komt de Oekraïense Mikolai samen met zijn moeder wonen. Tussen de jongens klikt het meteen, maar de moeders hebben al snel ruzie. Na verloop van tijd wordt het in huis steeds stiller. Is dit nog op te lossen?
Antwoorden op crises
Het komt niet goed, en toch doen we wat we kunnen. In tijden van crisis wordt snel gezegd dat we optimistisch moeten blijven, maar wat als dat ons verhindert om de werkelijkheid onder ogen te zien? In Hoopvol pessimisme pleit filosoof Mara van der Lugt voor de herwaardering van het pessimisme. Niet als cynisme of gelatenheid, maar als een doordachte houding die ons aanzet tot handelen en morele verantwoordelijkheid. Aan de hand van schrijvers en denkers als Mary Shelley en Albert Camus laat ze zien dat hoopvol pessimisme niet tegenstrijdig is, maar verdriet en kwetsbaarheid erkent en zo ruimte vindt voor betrokkenheid.
Lange tijd was de heersende moraal dat het economisch systeem dat gebaseerd is op winstbejag de mens eindeloos vooruit zal brengen. De Duitse filosoof Markus Gabriel stelt dat deze benadering niet langer van toepassing is, met de opeenvolging van de uiteenlopende wereldwijde crises waar de mens mee te maken krijgt. Hij schetst een toekomst waarin een ethisch kapitalisme regeert, waarin financiële winst fundamenteel verbonden wordt met moreel positieve waarden, en zo in staat is om de aarde, ons welzijn en ook onze liberale, democratische staatsvorm veilig te stellen.
Wat betekent solidariteit in een tijd waarin iedereen over verbinding spreekt, maar we ons zelden werkelijk verbonden voelen? René ten Bos onderzoekt in het essay Solidariteit hoe dit ooit revolutionaire begrip is veranderd in een leeg moreel cliché. Via het Romeinse recht en de Franse Revolutie, Melvilles Bartleby en wombats die tijdens bosbranden hun holen delen, toont hij dat solidariteit niet een ideaal is maar een ervaring.
Ten Bos: ‘Het individu moet in zichzelf iets ontdekken wat hem of haar als het ware losmaakt van de eigen lotsbestemming. Pas daardoor verbindt het zich met het lot van andere mensen, van een bepaalde gemeenschap of van de maatschappij als zodanig.’
Chatbots & atomen
Sinds het openbaar stellen van ChatGPT voor het grote publiek speelt de vraag of het ooit beter gaat worden in het uitvoeren van werkzaamheden dan de mens. In 2021 vroeg techjournalist Vauhini Vara aan een voorloper van ChatGPT een essay te schrijven over de dood van haar zus. Het resultaat schokte haar, en ging al snel online viraal. Het zette Vara aan het denken over hoe technologie haar leven beïnvloed heeft, en hoe de chatbot haar zowel van schrijfadvies voorziet, als haar schrijven jat om zich te ontwikkelen. Searcheslaat zien dat we door collectieve menselijke creativiteit een vrijere, meer krachtige relatie met machines krijgen en uiteindelijk samen kunnen creëren.
Wat betekent de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie voor onze identiteit? In The Atomic Human onderzoekt Neil D. Lawrence waar de angst voor AI uit voortkomt, en werpt hij een andere benadering op. Lawrence vergelijkt de ontwikkeling met het atomisme, zoals voorgesteld door Democritus. Die suggereerde dat het onmogelijk is om materie steeds verder op te delen in steeds kleinere componenten: uiteindelijk bereiken we een punt waarop dat onmogelijk is. AI laat datzelfde principe zien, met wat van de menselijke intelligentie door machines kan worden vervangen. Wat overblijft is een ondeelbare kern die de essentie van de mensheid vormt.
Simone de Beauvoir (1908-1986) keert terug naar aarde, op verzoek van een geëmancipeerde God nog wel. In De ontdekking van de vrouw, een filosofische monoloog van de Pools-Belgische schrijver en filosoof Alicja Gescinska, krijgt De Beauvoir de opdracht nogmaals duidelijk te maken aan de mens dat de vrouw niet inferieur is aan de man. De voortdurende ongelijkheid wordt keer op keer bevestigd, dat blijkt onder meer uit de ondervertegenwoordiging van de vrouwelijke maker in de meeste cultuurhistorische overzichtswerken. Bijna tachtig jaar na de publicatie van De tweede sekse laat Gescinska in deze beknopte hervertelling zien dat het werk immer actueel is.
Aandacht & het Hogere
In Intiem verzet stelt de Catalaanse filosoof Josep Maria Esquirol dat veel mensen in de moderne samenleving te weinig oog hebben voor hun onderlinge afhankelijkheid. In een samenleving die wordt geregeerd door technologische uniformiteit en doorgeschoten individualisme, is er des te meer behoefte aan nabijheid, aandacht en zorg. Nabijheid creëert vertrouwen en vormt de basis voor noodzakelijke wederzijdse zorg. Zorg dragen voor jezelf is volgens Esquirol dan ook geen individuele bezigheid, maar iets wat pas betekenis krijgt in relatie tot anderen. In zijn filosofie van nabijheid probeert hij een antwoord te vinden voor de vervreemding van deze tijd.
De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem herformuleert de metafysische opvatting van het begrip God in zijn essay God, techniek en alwetendheid. Hij stelt dat dit veranderde denken in de filosofie van de twintigste eeuw, zoals die van Bergson en Teilhard de Chardin tot Heidegger en Derrida, wel aanwezig was, maar nooit expliciet is gemaakt. De door technologie geregeerde wereld waarin we ons nu bevinden vraagt volgens Kacem echter om een concrete herdefiniëring van dit concept waar de mens zich al millennia toe verhoudt, en hij weet dit in verband te brengen met de filosofie van Alain Badiou, zijn voormalig leermeester.
De geschiedenis van de Afrikaanse filosofie voert terug op de oude beschavingen van Egypte, Ethiopië en Nubië. Afrikaanse filosofie bespreekt onder meer de heersende redeneringen die zich ontwikkelden op dit continent op het gebied van politiek en ethiek, en verdiept zich daarnaast in de kennisleer en metafysica. Daarmee geeft het inzicht in waardevolle Afrikaanse levenswijzen en nodigt het uit tot het anders benaderen van de Westerse opvattingen van emancipatie, sociale cohesie, wijsheid en geestelijke gezondheid. Dit overzichtswerk is het resultaat van een samenwerking van de Kameroense filosoof Pius Mosima, die zijn PhD aan de Universiteit van Tilburg haalde, en de Nederlandse filosoof Henk Haenen.
Verleden & toekomst
In zijn klassieke werk Portret van de kolonisator & Portret van de gekoloniseerde ontleedt de Frans-Tunesische schrijver Albert Memmi (1920-2020) de materiële drijfveren en de psychologische effecten van kolonisatie. Hij analyseert hoe het systeem twee tragische figuren met een gedeeld lot creëert: de kolonisator en de gekoloniseerde. Aanvankelijk schreef hij om zijn eigen situatie als Tunesiër te begrijpen, maar ontkwam niet aan de bredere conclusie: de enige manier om de dodendans tussen de kolonisator en de gekoloniseerde een halt toe te roepen, was onafhankelijkheid. In 1957 werden de portretten gebundeld en vonden meteen in uiteenlopende kringen weerklank.
Wat is het verleden en wat is de toekomst van Palestina in de wereldpolitiek? Hannah Arendt beantwoordde deze vraag in twee teksten die nu voor het eerst in vertaling zijn verschenen. De eerste dateert uit 1944, toen Palestina nog Brits mandaatgebied was en Israël nog geen staat. Arendt beschouwt daarin de rol van olie, het eigenbelang van grootmachten en de spanningen tussen bewoners die daarvan het gevolg waren. De tweede is bijna tien jaar na de Nakba geschreven, waarbij Arendt zich afvraagt hoe Palestijnen weer een menswaardig bestaan gegeven kon worden en pleit ze voor directe actie ter verbetering van hun lot. Voor deze uitgave schreef Alicja Gescinska een begeleidend voorwoord.
In tegenstelling tot de westerse filosofen zijn veel denkers uit Rusland in Nederland onderbelicht gebleven. Een van de centrale debatten in de Russische wijsbegeerte betreft de geschiedfilosofische kwestie van Ruslands plaats in de wereld(geschiedenis), met als knallend hoogtepunt de botsing tussen de zogenoemde ‘slavofielen’ en ‘westerlingen’ halverwege de 19e eeuw. De thema’s binnen de Russische filosofie die in DeRussischeideebehandeld worden, sluiten aan bij vragen die nu nog steeds spelen; de verhouding Rusland-Europa, de verwerking van de Sovjet-periode, het spirituele begrip van liefde en de verhouding tussen geloof en rede. Met vertalingen van onder meer Fjodor Dostojevski, Ivan Iljin, Aleksandr Zinovjev en Lev Sjestov.
De macht over het sterven
De Kameroense historicus en politicoloog Achille Mbembe is een van de grooste denkers binnen het postkolonialisme. In dit werk ontwikkelt Mbembe een bepalend concept in zijn denken, ‘necropolitiek’. Hij zet dit uiteen als de macht om te beslissen wie mag leven en wie sterft. Voortbordurend op Foucault en Fanon laat hij zien dat dit begrip een ingang biedt om de bredere mechanismen van uitsluiting en politieke onderdrukking te analyseren. Zo onderzoekt Mbembe hoe deze dodelijke vorm van politiek zich
bijvoorbeeld uitstrekt naar actuele maatschappelijke kwesties als de omgang met migratie, onder meer in de vorm van grenscontroles.
Hoe zou ons beeld van de Verlichting veranderen als we het benaderen vanuit filosofen op het eind van hun leven? De Amerikaanse filosoof Joanna Stalnaker laat in The Rest is Silence zien dat deze periode uit de geschiedenis meer is dan vooruitgangsdenken, en plaatst het in een kwetsbaarder kader. Ze toont dat deze denkers schreven met het besef dat hun naam en hun werken niet de tand des tijds zouden doorstaan. Stalnaker belicht hun pogingen zich te verzoenen met de fragiliteit van hun stervende lichamen, en plaatst het in de context van het naderende einde van het Anciene Régime. Een nieuw perspectief op een periode die altijd wordt voorgespiegeld als een vast vertrouwen in een stralende toekomst.