72e nieuwsbrief

*|MC:SUBJECT|*
Geachte Lezer, 
Maandenlang fietskoeriers die vrolijk peddelend onder zalige zonnetjes en slalommend tussen de regendruppels door de stad manoeuvreren – plotsklaps die heropening (hoera!) van de winkels. In korte tijd gebeurde veel: de Filter Vertaalprijs, de BGN Literatuurprijs, de Literatuurprijs van de Europese Unie en de Libris Literatuurprijs werden uitgereikt, waaraan we hieronder aandacht besteden. Ook werd bekend gemaakt dat de Boekenweek van zaterdag 29 mei t/m zondag 6 juni zal plaatsvinden, we zullen alvast een korte blik werpen op dit landelijke feest van de literatuur. De nieuwsbrief staat echter in het teken van de longlist van de
Europese Literatuurprijs, met twintig titels die de binnenwereld verrijken, geschreven door auteurs die in landen wonen die bij de Raad van Europa aangesloten zijn en vertaald door de doorgaans ongenoemde en daarmee onbekende, maar absoluut de béste vertalers van ons taalgebied.
Boekenweek 2021: Tweestrijd
Van 29 mei tot en met zondag 6 juni vindt de langverwachte Boekenweek plaats. Hanna Bervoets schreef dit jaar het Boekenweekgeschenk Wat wij zagen. Tijdens de Boekenweek krijgt u bij een besteding  vanaf €15,-aan Nederlandstalige boeken het Boekenweekgeschenk cadeau. Het Boekenweekessay werd geschreven door Roxane van Iperen. Haar essay, De genocidefax, is tijdens de Boekenweek verkrijgbaar voor €3,75. Babs Gons scheef het Boekenweekgedicht ‘Polyglot’. Om de drukte te spreiden en winkelbezoek voor iedereen veilig te houden, zijn de uitgaven zolang de voorraad strekt de hele maand juni beschikbaar. Let op, het Boekenweekgeschenk is ditmaal géén gratis treinkaartje.
Van zomer tot zussen
Even muzikaal als het origineel is het door Karina van Santen en Martine Vosmaer vertaalde Zomer, waarin eerder in het vierluik door Ali Smith uitgezette lijnen samenkomen. Hoewel het goed op zichzelf te lezen is, is het aanbevelenswaardig eveneens Herfst, Winter en zeker ook Lente te lezen – dat in 2020 de Europese Literatuurprijs won. Hilary Mantels door Harm Damsma en Niek Miedema vertaalde De spiegel en het licht is behalve het einde, ook het afsluitende deel van de literair-historisch zeer interessante Thomas Cromwell-trilogie, waarvan Wolf Hall en Het boek Henry eerder The Booker Prize ontvingen. Na de dood van Boleyn in het tweede deel sluiten de netten van het lot zich rondom de rechterhand van Henry VIII. Ook genomineerd is Antonio Moresco’s ontroerende, en prachtig door Nini Wielink vertaalde roman Het lichtje in de verte, over een in eenzaamheid levende man die aan de andere kant van het meer steeds om dezelfde tijd een lichtje ziet verschijnen. In het door Welmoet Hillen vertaalde boek De kolibrie voert Sandro Veronesi de kleine Marco Carrera, alias ‘de kolibrie’ op. Carrera draagt deze bijnaam omdat hij ondanks alle beperkingen en tegenslagen net als dit kleine vogeltje de kunst verstaat in evenwicht te blijven. Daisy Johnsons gefragmenteerde, als droom aandoende roman Zussen, weet vertaler Nicolette Hoekmeijer overtuigend in het Nederlands om te zetten. We volgen twee zussen die met hun moeder toevlucht hebben gezocht in een landhuis, na een gebeurtenis die niemand onbewogen laat.
Libris Literatuurprijs 2021
De jury van de Libris Literatuurprijs schrijft over de prijswinnende winnende roman van Jeroen Brouwers, waarin je in het hoofd zit van een oude piekerende, mopperende cliënt van een psychiatrische inrichting: ‘dat Client E. Busken bewijst dat zelfs ogenschijnlijk maar voort wauwelen kan vlammen, zinderen en tergen’. Het taalcircus van de romancier is op zijn hoge leeftijd nog altijd goed voor een ware krachttoer, de roman is ‘hilarisch, ontroerend, griezelig en ontluisterend tegelijk.’ De jury vervolgt dat ‘met deze unieke verkenning Jeroen Brouwers dit jaar als geen ander [toont] wat literatuur vermag: een reis te maken door een binnenwereld van een ander. Het is fenomenaal, wild, ongeremd: het is de ultieme beheersing van ongeremdheid.’ Daar is met de beste wil geen poot tussen te krijgen. 
De herkomst van het laatste deel
Saša Stanišics Herkomst wordt ook in de Nederlandse vertaling van Annemarie Vlaming als een autobiografisch meesterwerk gezien. Terwijl zijn oma dementeert, ordent hij zijn gedachten over hemzelf en zijn familie, die in 1992 Visegrád (voorm. Bosnië-Herzegowina) ontvluchtte. Het door meestervertaler Rokus Hofstede schitterend vertaalde De jaren beslaat, steeds aan de hand van een beschreven fotoportret, Annie Ernaux’s persoonlijke geschiedenis, vermengd met die van Frankrijk. Olga Tokarczuks Jaag je ploeg over de botten van de doden komt danzij Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra volstrekt natuurlijk over – alsof het oorspronkelijk het in onze eigen taal geschreven is. Ditmaal volgen we een vrouw met een groot hart voor dieren die aan de Poolse grens woont. Als om haar heen onder verdachte omstandigheden dorpsbewoners komen te overlijden, wordt zij door haar aan astrologie verbonden theorieën over de toedracht ervan steeds minder serieus genomen. In Slobodan Snajders haast mythische, door Roel Schuyt vertaalde familieroman De reparatie van de wereld keert een voormalig SS’r terug naar zijn geboorteland Kroatië, waar hij zijn grote geliefde tegenkomt: een communiste die tijdens WOII tegen de nazi’s vocht. Ze leken voor elkaar voorbestemd, maar niemand ontsnapt aan de last van het verleden. Het laatste deel, ten slotte, gaat over Gustav Mahler, per schip terugkerend naar Europa. Zijn naam is gemaakt, maar zijn lichaam is op. Liesbeth van Nes weet de op zijn leven terugblikkende componist in Robert Seethalers kunstenaarsportret even aangrijpend als in het origineel neer te zetten.
BGN Literatuurprijs & Literatuurprijs van de Europese Unie
Op 18 april 2021 werd Merijn de Boer geëerd met de BGN Literatuurprijs 2020. Gelauwerd als schrijver van het beste boek van afgelopen jaar, mocht hij naast een substantieel geldbedrag ook een beeldje van Theo van Eldik mee naar huis nemen. In het prijswinnende boek De saamhorigheidsgroep blikt een oud-diplomaat terug op het enige jaar van zijn leven toen hij echt gelukkig was: in de jaren tachtig te Haarlem te midden van een groepje idealisten. Hoewel hij maar weinig met ze deelt, is het een toenmalige verliefdheid waaraan hij gedurende een avond in New York terugdenkt.
Gerda Blees, dit jaar ook al winnaar van de
Nederlandse Boekhandelsprijs, ontving voor het zich overwegend in Utrecht afspelende Wij zijn licht de Literatuurprijs van de Europese Unie. Voor de prijs wordt eens in de drie jaar uit elk van de 41 deelnemende landen een literair talent uitverkoren. Hiermee hoopt de Europese Commissie nieuwe lezers te winnen voor hedendaagse Europese literatuur. Naast prijsgeld, helpt men haar om binnen de Unie in vertaling op de planken te belanden.
Huizen, thuis en in de stad
De ecowijk waar Eva en Charles in Julia Decks novelle Een huis dat van ons is naartoe verhuizen, wil zeer klimaat- en sociaalbewust voorkomen, maar er is geen tekort aan auto’s, barbeque’s en geluidsoverlast. Deze zedenschets blijft onverminderd een kleinood in Katrien Vandenberghe’s vertaling. Gianfranco Calligarichs De laatste zomer in de stad gaat over de destructieve liefde tussen de dertiger Leo, die naar Rome is verhuisd om het baantje dat in Milaan op hem wacht maar niet te hoeven aannemen, en de eigenaardige, minstens even rusteloze Arrianne. Els van der Pluijm weet de bedwelmende toets van zijn roman goed over te brengen. Het knap door Arie van der Wal vertaalde Nacht in Caracas verhaalt over een vrouw die zich in het sociaal-onrustige Caracas moet zien stand te houden, nadat zij haar moeder in alle eenzaamheid heeft moeten begraven. De roman is van de weliswaar Venezolaanse Karina Sainz Borgo, maar doordat zij sinds 2006 in Spanje woont maakt ze daarmee alsnog kans op deze grensoverschrijdend interessante Europese Literatuurprijs. In Apeirogon worden zowel de Palestijn Aramin als de Israëliër Elhanan geconfronteerd met de dood van hun dochter – een boek waar enkel een goede vertaling bij past, dus petje af voor Frans van der Wiel, die het origineel absoluut trouw blijft. Zonder stelling in te nemen beschrijft Column McCann hun waargebeurde verhalen, alsmede het Palestijns-Israëlische conflict. In het experimentele, The Booker Prize-winnende, Meisje, vrouw, anders volg je twaalf vrouwen van Londen tot Schotland met een gedeeld verleden, wier levens op meesterlijke wijze samengebracht worden door Bernadine Evaristo en waarbij identiteit een leidend thema is. Zonder Lette Vos’ vernuftige vertaling zou dit boek lang niet zo prettig kunnen worden gelezen. 
Filter-vertaalprijs 2021
Zo’n tien jaar concentreerde Bas Belleman zich op het vertalen van William Shakespeare, en Sonnetten is daarmee een rijk en weloverwogen boek geworden. Het schotelt niet alleen de bekende 154 sonnetten in sprankelend Nederlands voor, maar ook het (vaak weggelaten) Lamento voor de liefde. Bovendien maakt het de lezer deelgenoot van zijn overwegingen bij de vertaling. In de inleiding werpt Belleman nieuw licht op de raadsels die Shakespeare en zijn sonnetten omgeven. Even gewaagd als interessant is het opnemen van soms diverse vertalingen van een gedicht. Neem de drie(!) versies van het veelgeciteerde liefdessonnet 18: ‘Zal ik je vergelijken met een Zomerdag?’, of ‘Zal ik eens jou zien én een Zomerdag?’ en tot slot: ‘Vergelijk je jou ’ns met een zomerdag’ – alle vertalingen snijden hout. Hierin schuilt de rijkdom van het vertalen.
Ten westen van de Wolga verloren we kinderen uit het oog
Vertaald door de gepokt en gemazelde Josephine Rijnaarts, roept De rivier associaties op met de werken van Sebald; je volgt Lea tijdens haar lange wandelingen langs de Theems. Daar observeert zij het gedrag van de mensen tegen de achtergrond van de Europese geschiedenis en onderzoekt hoe je als mens je plaats kunt vinden. Als in Carys Davies’ West (dat net als Daisy Johnsons Zussen is vertaald door Nicolette Hoekmeijer!) een weduwnaar en muilezelhouder hoort dat in het 19e eeuwse Kentucky gigantisch grote, eeuwenoude botten zijn ontdekt, laat hij zijn dochter Bess achter om ze van dichtbij te bekijken. Terwijl zij zorgt voor de miserabele dieren en haar vaders voortgang op de kaart ‘volgt’, dwaalt hij door onbekende en onherbergzame landschappen op zijn roekeloze reis naar het westen. Judith Schalansky oogstte veel bijval met de Pocketatlas van afgelegen eilanden en De lessen van mevrouw Lohmark. In Inventaris van enkele verliezen (opnieuw zorgvuldig vertaald door Goverdien Hauth-Grubben) is het afwezige nog sterker gethematiseerd dan in haar voorafgaande werk en dringt het door in het alle lijnen die je in dit boek tegenkomt. Thematisch sluit hierop de nauw bij het origineel blijvende vertaling van Paula Stevens van Roy Jacobsens De onzichtbaren mooi aan. Als Ingrid oud genoeg is wordt zij van haar kleine Noorse eilandgemeenschap naar het vasteland gestuurd, om daar als hulp in de huishouding te gaan werken. Na een tragische gebeurtenis moet zij terug naar de kleingeestige plek die ze had gedacht achter zich te laten. In Guzel Jachina’s meeslepende Wolgakinderen (van de alom gelauwerde vertaler Arthur Langeveld) verliest Jacob Bach zijn stem als zijn Klara de geboorte van hun Anna niet overleeft. Tegen de achtergrond van hongersnood en Stalinterreur moet hij met zijn dochter zien te overleven.
Hendrik Marsman, Verzamelde gedichten (1941)
Foto: Hendrik Marsman met zijn vrouw Rien Barendregt
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
 
zwervende tusschen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ‘t water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
 
een held’re, verruk’lijk-meesleepende wijs:
 
‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ‘t Paradijs’.
WIE LEEST, OPENT DE GEEST
Copyright © 2020 Boekhandel Bijleveld - Website by Tungstun